Geschiedenis
In de jaren ’80 begon Wally Conron van de Australische Hulphonden Vereniging met het ontwikkelen van een allergievriendelijke hulphond. Het doel was om hulpbehoevende mensen met een allergie toch een geschikte hulphond te kunnen bieden.

In 1989 werd het eerste nestje geboren uit een kruising tussen een Labrador en een Poedel. Eén van deze pups, genaamd Sultan, bleek geschikt als hulphond én werd goed verdragen door iemand met een allergie. Daarmee was de basis gelegd voor wat later de Labradoodle zou worden.

Deze eerste kruisingen waren veelbelovend, maar nog niet stabiel genoeg in zowel allergievriendelijkheid als karakter. Daarom werd er verder gefokt en ontwikkeld.

Andere fokkers in Australië zijn vervolgens verder gegaan met het selecteren van de juiste honden en het toevoegen van andere rassen. Dit werd gedaan om de gewenste eigenschappen, zoals een stabiel karakter, een vriendelijke aard en een goed verzorgbare vacht, verder te versterken.

Een Australian Labradoodle is daardoor niet zomaar een kruising tussen een Labrador en een Poedel. Naast deze twee rassen zijn er nog vier andere rassen (zogenoemde infusions) in het ras verwerkt:


  • Ierse Water Spaniel        
  • Curly Coated Retriever          
  • Amerikaanse Cocker Spaniel      
  • Engelse Cocker Spaniel  

Deze rassen zijn zorgvuldig en doelgericht toegevoegd om bepaalde eigenschappen te verbeteren of juist te verminderen. Denk hierbij aan karakter, vachtstructuur en geschiktheid als gezinshond.

Door jarenlang selectief te fokken en alleen verder te gaan met honden die aan de gewenste eigenschappen voldoen, is de Australian Labradoodle uitgegroeid tot een zogenoemde multigenerationele hond. Dit betekent dat het geen eerste kruising meer is, maar een hond waarbij generaties lang is gefokt op stabiliteit in karakter en vacht.

De Australian Labradoodle is daarmee duidelijk meer dan een eenvoudige kruising. Het ras is het resultaat van meer dan 25 jaar zorgvuldig selecteren en ontwikkelen door ervaren fokkers.



Instagram